Sensornetwerken en luchtkwaliteit data

(6 oktober 2016 – 30 maart 2017)

Regelmatig horen of lezen we over de slechte luchtkwaliteit. Zowel overheid, burgers als bedrijfsleiders zijn begaan met een gezondere omgeving om te wonen, te ontspannen, te werken. Ozon en fijn stof worden gemeten door stationaire meetstations en bekend gemaakt. Maatregelen worden genomen, adviezen worden afgekondigd.  Mobiele meetcampagnes en crowd monitoring worden opgezet. Massa’s data worden gegenereerd. IoT kan deze data beschikbaar maken, algoritmes kunnen deze analyseren, interpreteren en verwerken, apps kunnen deze visualiseren. Binnen een co-creatietraject dat VITO samen met 14 Vlaamse ondernemers opzette, werd gezocht naar concrete noden voor het meten van luchtkwaliteit en van gedachten gewisseld over technische bottlenecks en specificaties.

In 4 cases werd de expertise op vlak van sensoren van VITO gebundeld met de IoT know how en marktinzichten van de deelnemende KMO’s en het netwerk van de partners en werden diverse eindgebruikers en stakeholders bevraagd.

Personal health dashboard industrie

Uitgangspunt is het monitoren van de blootstelling en waarschuwen voor daaraan verbonden risico’s van individuele werknemers op de werkvloer (binnen en buiten) en het opvolgen via een centraal dashboard. Deze case werd geleid door Ilse Bilsen. Enerzijds werden bedrijven binnen diverse sectoren gevraagd welke potentiële risico’s zij identificeren, of deze al op gevolgd worden en er nood is aan een individuele opvolging. Verder werd in de projectgroep gediscussieerd over de technische vereisten waaraan zo’n monitor dient te voldoen en hoe het dashboard operationeel kan worden gemaakt.

Luchtkwaliteit netwerk en dashboard steden

In deze case, getrokken door Martine Van Poppel, werd gewerkt rond de technische problematiek van de gewenste densiteit van een stedelijk netwerk enerzijds en werden een aantal steden en gemeenten bevraagd over hun intenties mbt zo’n netwerk. Op basis van VITO onderzoek werd immers vastgesteld dat er een grote variabiliteit is in luchtkwaliteit in stedelijke omgeving. Verkeer is een belangrijke bron. Rekening houdend met het feit dat er nu in vele steden slechts 1 of geen meetstation aanwezig is, is een minimum scenario een sensornetwerk van 5 à 10 meetpunten. Om de variabiliteit binnen een stad beter op te kunnen volgen is een iets groter netwerk beter (20-40 meetpunten voor stadscentrum afhankelijk van de grootte van de stad). Een groot netwerk van 80 tot 100-tal sensoren zal nog beter luchtkwaliteit in kaart brengen.

Het uitbouwen van platformen met inbegrip van datacommunicatie en visualisatie is duidelijk een haalbare kaart. Bottleneck blijft de beschikbaarheid van remote uitleesbare sensoren voor het meten van diverse componenten (stikstof, fijn stof, …) die betaalbaar, nauwkeurig en gebruiks- en onderhoudsvriendelijk zijn.

Luchtkwaliteit en realo-domotica

In deze case werd door Marianne Stranger en Jan Peters ism diverse deelnemers nagegaan hoe de binnenluchtkwaliteit kan gemeten en gestuurd worden door de kwaliteit van de buitenlucht.

Aircoin

Met Patrick Berghmans als coördinator werden twee sessies georganiseerd waarin nagedacht werd of en hoe een aircoin die positief gedrag tav luchtkwaliteit beloont, zou kunnen geïntroduceerd worden. De koppeling met veilig rijden werd ook overwogen gezien op dit vlak reeds veel technische middelen in de huidige voertuigen voorhanden zijn en veiligheid een hoge prioriteit heeft. Het verdienmodel blijft een heikel punt. Koppeling aan lage emissie zones zou een piste kunnen zijn.

Meer informatie

Martine Van Poppel: martine.vanpoppel@vito.be

Jan Peters: jan.peters@vito.be

Marianne Stranger: marianne.stranger@vito.be

Patrick Berghmans: patrick.berghmans@vito.be

Ilse Bilsen:  ilse.bilsen@vito.be

Deelnemers

sensornetwerken en luchtkwaliteit: deelnemers

Partners

sensornetwerken en luchtkwaliteit: partners

Met steun van

Vlaamse Overheid

Documents